Waterschappen zijn functionele overheden die loyaal en krachtig uitvoering geven aan rijks- en provinciaal beleid. Ze zijn de waterautoriteit. Dat wil echter niet zeggen dat waterschappen zaken slechts autonoom oppakken. In 2005 is een regionaal bestuursakkoord Water ondertekend tussen de provincie Overijssel, de gemeenten en Waterschap Regge en Dinkel.
Hierin staan afspraken over het tegengaan van wateroverlast en het goed functioneren van de riolering, dit ondersteunen wij van harte. De hoofdtaken zijn waterveiligheid, watersysteembeheer en waterzuivering. De komende jaren staan vooral maatregelen die volgen uit het Waterbeheer voor de 21ste eeuw (WB21), "Ruimte voor de rivier" en de uitwerking van de Europese kaderrichtlijn water (KRW) voorop. Landelijke afspraken zoals die zijn gemaakt in het "Nationaal Bestuursakkoord Waterbeheer" vormen het uitgangspunt, maar niet de begrenzing van het eigen beleid. Eigen beleidsruimte is er vooral op het gebied van prioriteiten stellen, regionale afwegingen afmaken en inspelen op bovenwettelijke taken. De komende jaren wordt ook de kaderrichtlijn overstromingsbescherming (KOB) relevant. Waterschappen dienen daarbij een belangrijke rol te vervullen met inbreng van kennis en deskundigheid.
Als het gaat om waterveiligheid stellen rijk en provincie de doelen en normen vast. Waterschappen passen het watersysteem en de waterkeringen aan, zodat wordt voldaan aan de veiligheidsnormen. In WB21 is het streven er op gericht dat het watersysteem in 2015 op orde is en dat het systeem de klimaatswijziging tot 2050 aankan. Dit anticiperen op de gevolgen van de klimaatsverandering ondersteunen we in die zin, dat daar waar het systeem wordt aangepast het goed gebeurt. Het is niet nodig, en organisatorisch, fysiek en financieel ook niet realistisch om het hele systeem voor 2015 op de schop te nemen.
De financiering van de primaire waterkeringen is momenteel landelijk in discussie. De ChristenUnie vindt dat het vaststellen van de veiligheidsnormen van deze primaire keringen een taak is van de landelijke overheid. Gezien het nationale belang van de veiligheid is tot op heden ook gekozen voor een financiering door het Rijk. Het onderhoud (het op orde houden) van de dijken is meestal toegewezen aan de waterschappen. De discussie over de vraag of investeringskosten in de toekomst bij de regionale waterbeheerders neergelegd moeten worden, zullen wij kritisch volgen.
Absolute veiligheid bestaat niet. Ooit kan er ergens een nieuwe watersnood plaatsvinden. Hoge prioriteit ligt bij de instandhouding van de dijkwacht en bij een goede rampenorganisatie zodat verantwoordelijkheden en taken duidelijk zijn.
Muskus- en beverratten leveren een te groot risico op voor de waterveiligheid en dienen bestreden te worden. Waterschappen hebben belang bij een lage rattenstand en daarom zien wij de populatiebeheersing als taak van de waterschappen. Er moet daarbij onderling worden samengewerkt. De bestrijding moet efficiënt en doelgericht worden uitgevoerd, maar onnodig dierenleed moet worden voorkomen.
Bij de implementatie van de kaderrichtlijn water (KRW) is gebleken dat er in de afgelopen decennia onvoldoende rekening is gehouden met de ecologische functies van het watersysteem. Natuurlijke watersystemen zijn vergaand aangepast aan de menselijke en economische behoeften. Ook de inrichting van de kunstmatige watersystemen als stedelijk water, kanalen en sloten is veelal sterk gestuurd door economische argumenten. Daarbij zijn biodiversiteit, vismigratie, dierenwelzijn en landschappelijke kwaliteit te veel uit het oog verloren. De komende jaren zijn dan ook veel maatregelen nodig om hierin verbetering te brengen. Het betreft beekherstel, aanleg van natuurvriendelijke oevers, baggeren en soms verdergaande zuivering van afvalwater. De eerste periode van de KRW loopt tot 2015. Ook hier geldt dat het niet realistisch is om voor 2015 alles op orde te brengen.
Voor de waterkwantiteit, de waterkwaliteit en de ecologie zijn met WB21 en KRW nieuwe doelen vastgesteld. Het beleid lijkt nieuw, maar maakt vooral duidelijk wat we altijd al wilden. We willen echter niet van alles beloven. Het moet haalbaar en betaalbaar blijven. Dan mag het best wat langer duren voordat alles op orde is. De ambitie van de ChristenUnie is om met de uitvoering van de juiste maatregelen de vastgestelde realistische doelen daadwerkelijk waar te maken.
Door de provincies zijn de waterhuishoudkundige functies van een gebied vastgesteld. Het gaat bijvoorbeeld om de functies agrarisch, natuur, stedelijk en recreatie. De waterschappen zijn gehouden om een optimaal waterbeheer uit te voeren voor de toegekende functies.
In de praktijk blijkt dat op diverse plekken het grond- of oppervlaktewaterregiem niet past bij de huidige functie. Veelal betreft het of een natuurfunctie waarvoor de waterpeilen te laag zijn of een stedelijke functie waarvoor de (grond)waterpeilen te hoog zijn. De problemen bij de natuurfuncties word veroorzaakt doordat de waterpeilen in het omringende gebied gericht zijn op optimale landbouw. Waterschappen lossen dit technisch op. Lukt dat niet, dan zullen de provincies ruimtelijke keuzes moeten maken. De problemen in stedelijk gebied worden over het algemeen veroorzaakt doordat stedelijke functies ontwikkeld zijn in te laag en nat gebied waarbij onvoldoende rekening is gehouden met water. De huidige bewoners kunnen daar vaak niets meer aan doen. Het is dan ook aan de waterschappen om deze problemen, in overleg met de gemeenten, op te lossen.
Daar waar zich geen knelpunten voordoen met andere functies, en dat is in een groot deel van Regge en Dinkel het geval, kan de waterhuishouding optimaal gericht worden op landbouw, rekening houdend met ecologische en landschappelijke aspecten.
Waar mogelijk moeten de waterpeilen niet verder verlagen. Dat betekent dat de functies in het gebied worden aangepast, of dat er innovatieve technieken gebruikt moeten worden.
De ChristenUnie onderkent het belang van de landbouw en wij hechten veel waarde aan goed functionerende agrarische bedrijven. We pleiten voor het toepassen van goede schadeloosstelling. Als landbouw door een aangepast waterpeil niet meer rendabel is, dient een ander perspectief geboden te worden. Als landschapbeheerder, maar desnoods door de bedrijven aan te kopen. De provincie Overijssel heeft daarbij een belangrijke besluitvormende én financiële taak.
Gebiedseigen water wordt te snel afgevoerd en gebiedsvreemd water wordt ingelaten (Twentekanaal). Dit is een bedreiging voor flora en fauna.
Minder afvoer van gebiedseigenwater (waterschap) en minder onttrekking van het grondwater, door bedrijven, particulieren en voor drinkwatervoorziening, is de juiste oplossing.
Het ingelaten water verandert niets aan de lage grondwaterstand en heeft een andere chemische en biologische samenstelling dan het gebiedseigenwater.
Duurzaamheid betekent voor ons dat je bij alles wat je doet kiest voor oplossingen die je tot in lengte van jaren kunt verantwoorden. We houden rekening met de schepping en kiezen niet uit puur economische motieven voor de goedkoopste (korte termijn) oplossing. Waterschappen vervullen een voorbeeldrol voor bedrijven, boeren en particulieren. Een duurzame aanpak betekent:
Maar ook de belangen van milieu, natuur, landschap, recreatie, stedenbouw, ruimtelijke ordening en drinkwatervoorziening gaan meetellen.
Waterschappen zijn geen ondernemers, maar kunnen nog wel een voorbeeld nemen aan bedrijven die zich bezig houden met "maatschappelijk verantwoord ondernemen."
Prioriteit willen we daarbij geven aan het energieverbruik. Waterschap Regge en Dinkel is grootafnemers van elektriciteit. Wij willen dat het waterschap klimaatneutraal werkt. Prioriteit ligt bij het zo zuinig mogelijk omgaan met energie. Verder willen we optimaal gebruik maken van eigen mogelijkheden om energie terug te winnen of op te wekken. Daarnaast kan het waterschap groene energie inkopen, het liefst bij lokale producenten.
Gerechtigheid, rechtvaardigheid en rechtmatigheid, dienen zich te vertalen naar een integere houding van zowel de organisatie als haar medewerkers en bestuurders. Procedures moeten op een juiste manier gevolgd worden. De belangenafweging tussen de verschillende maatschappelijke en individuele belangen moet open en op een juiste manier gemaakt worden. We pleiten voor duidelijke keuzes. Als die keuzes negatief uitvallen voor ondergeschikte belangen, dan zorgen we voor een fatsoenlijke schadeloos stelling.
We willen vasthouden aan het principe dat de vervuiler of de veroorzaker van een waterprobleem (mee)betaalt aan de benodigde maatregelen. Kosten en lasten worden ook niet afgewenteld op de toekomst of op de buren.
Bij het waterschap is veel kennis beschikbaar op het gebied van water, milieu, ecologie, handhaving en vergunningverlening. Graag zien wij dat waterschappen deze kennis gaan delen met boeren, natuurbeheerders, gemeenten, burgers en het onderwijs.
Dit vergt van het waterschap dat zij ondermeer zo veel mogelijk informatie op een toegankelijke manier ontsluit via het internet. Geografische informatie is waardevol voor de maatschappij. Denk bijvoorbeeld aan verzekeringen (waterrisicokaarten) of de landbouw (drooglegging).
We willen de waterschapskennis ook, binnen redelijke grenzen, beschikbaar stellen voor speciale projecten in andere landen. Binnen de EU aan de nieuwe lidstaten, maar ook in de Derde Wereld. Overigens vinden we dat de waterschappen niet zelfstandig en op eigen houtje ontwikkelingsprojecten dienen te starten, maar dit initiatief moeten overlaten aan professionals en op ontwikkelingswerk gerichte publieke en private instellingen.
Het is van belang dat het waterbewustzijn van de burgers en bedrijven groeit. Voor de meeste mensen bevindt het waterbeheer zich op de achtergrond. Zolang het goed gebeurt, merkt de bevolking er nauwelijks wat van. Pas wanneer zich een probleem voordoet, krijgt het aandacht. Op zich is dat niet erg, maar het noodzaakt de waterschappen wel tot zorgvuldigheid en transparantie. Voor een breder maatschappelijk draagvlak moeten waterschappen bij het uitwerken van de maatregelen breder kijken en naast natuur en landbouw, andere belangen betrekken in open en interactieve planvormingsprocessen. Water heeft bijvoorbeeld een grote belevingswaarde, mensen wonen, recreëren of spelen graag aan het water.
De wijze waarop wij in gesprek willen zijn met burgers en bedrijven, is toegankelijk, open, eerlijk en communicatief. We willen niet alleen vertellen en informeren, maar ook luisteren. Het waterschap Regge en Dinkel zal actief diegenen die belanghebbenden zijn, bij plannen of de uitvoering ervan, informeren en betrekken.
De ChristenUnie wil een dienstbare opstelling van de waterschappen en bepleit een brede kijk op het waterbeheer. Het waterbeheer raakt aan veel andere belangen. Veel vormen van recreatie vinden aan, op of in het water plaats. Natuur en (cultuur)landschap zijn onlosmakelijk verweven met het water. Waterschappen hebben veel historisch erfgoed in handen en krijgen bij de uitvoering van projecten te maken met archeologische en aardkundige waarden. Het waterschap moet de samenwerking zoeken met de gemeenten, de provincies en de recreatieschappen. Door hen van adviezen te voorzien, kunnen de kansen die ontstaan op het gebied van recreatie, landschapsontwikkeling en cultuurhistorie beter worden benut. Wat ons betreft horen water- of oevergebonden voorzieningen, zoals wandelpaden, kanovoorzieningen, vissteigers en fietsbruggetjes ook tot het aandachtsgebied van het waterschap.
Een groot gedeelte van de inwoners van Regge en Dinkel woont in de bebouwde kom van de stad of dorp. Het waterschap heeft ook hier een taak als waterbeheerder. In sommige delen van stad of dorp is echter te weinig open water aanwezig, wat zorgt voor problemen met waterafvoer in natte periodes. Ook is er daardoor weinig natuur te beleven. Wij vinden daarom voldoende en schoon water in de bebouwde kom cruciaal. De ChristenUnie wil dit bereiken door samenwerking tussen waterschap en gemeente te stimuleren en expliciet aandacht te geven aan het ontwerpen van water in bestaand en nieuw stedelijk gebied.
Waterpartijen in stedelijk gebied hebben vaak een stedenbouwkundige, architectonische of zelfs ecologische functie. Waterschappen dienen bij de uitvoering van hun taken ruimhartig rekening te houden met al deze belangen. Daar doen ze dan ook meer dan alleen zuiver waterhuishoudkundige maatregelen.
Waar het landelijk gebied vroeger het domein was van de grondeigenaren, krijgt het steeds meer functie als "tuin van Nederland". Daarmee worden de inrichting en het beheer van het landschap, recreatieve voorzieningen, natuur en ecologische aanpassingen belangrijker.
Wij zien voor de waterschappen een belangrijke rol als praktisch uitvoerder van waterwerkzaamheden in het landelijk gebied. Daarbij moeten de waterschappen bij hun eigen activiteiten en infrastructuur rekening houden met de landschappelijke inpassing. Daarnaast kunnen de waterschappen, als praktische uitvoerders, op waterhuishoudkundige onderdelen uitvoering geven aan de landschapbeleidsplannen van provincie en gemeenten. Waterschap Regge en Dinkel zal bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van de Regge, het project 'De Doorbraak' laten zien dat waterbeheer en een verantwoorde landschapsontwikkeling hand in hand kunnen gaan.
De beheersgebieden van de 26 waterschappen in Nederland zijn bepaald door de grenzen van een stroomgebied. Schaalvergroting van het regionale waterbeheer is niet gewenst, omdat de organisaties dan te groot worden en het bestuur te ver van de burger af komt te staan. Maatwerk leveren in de uitvoeringsprojecten wordt moeilijker. Wel pleiten we voor een goede samenwerking van de waterbeheerders en de andere overheden in ons KRW-stroomgebieden Rijn. Daarnaast willen we zo goed mogelijk samenwerken en afstemmen met de aangrenzende Duitse waterbeheerders.
Wij vinden dat de waterschappen de geëigende democratische organisaties zijn die op een goede wijze invulling geven aan het regionale waterbeheer.
De schaalgrootte van de waterschappen is op dit moment goed. Mits wordt samengewerkt op diverse fronten zien wij geen voordelen van verdere schaalvergroting. De organisaties zijn groot genoeg om de kerntaken adequaat te kunnen uitvoeren.
Voor de burger bestaat er maar één overheid. Waterschappen dienen dan ook schouder aan schouder te staan met de medeoverheden, inclusief Rijkswaterstaat, en zo nodig een stap verder te zetten dan alleen het (eigen) waterbelang. Burgers mogen niet van het kastje naar de muur worden gestuurd met hun klachten of vragen, maar moeten adequaat worden geholpen. Samen met de gemeente dienen de waterschappen te streven naar één waterloket waar burgers en bedrijven met al hun vragen terecht kunnen. Daarnaast zal in de komende jaren aandacht gegeven moeten worden wie verantwoordelijk is voor oplossingen van met name wateroverlast.
Samenwerking tussen waterschappen onderling willen we zoveel mogelijk bevorderen. Regionaal gebeurt dat al op het gebied van bijvoorbeeld de belastingheffing en laboratoria. Landelijke samenwerking, zoals in het Waterschapshuis, willen we sober, doelmatig en vrijwillig houden. Op het gebied van (duurzame) inkoop, handhaving en vergunningverlening zien we nog meer mogelijkheden tot samenwerking onderling, maar ook met andere overheden.
Op het gebied van riolering en afvalwaterzuivering kan meer en beter worden samengewerkt met de gemeenten. Het regionale bestuursakkoord Water is een goed begin, de uitvoering hiervan wordt prioriteit.
Het Nederlandse waterbeheer loopt wereldwijd in veel opzichten voorop. Een positie waar we trots op zijn en die we willen behouden. Daarom zullen de waterschappen zich moeten inspannen om vernieuwend bezig te zijn. Soms kunnen ze dat op eigen kracht, maar vaak zal dat gaan in nauwe samenwerking tussen kennisinstituten, onderzoekers en bedrijfsleven. Innovatieve vormen van aanbesteden bieden een goede mogelijkheid om de kennis en creativiteit uit de markt te mobiliseren. Hierbij dient goed gelet te worden op de risico's die hiermee gepaard gaan.
Waterschappen hebben geen primaire taak in wetenschappelijk onderzoek. Zij werken zoveel mogelijk via het gezamenlijk onderzoeksinstituut (STOWA). Waterschappen dienen wel betrokken te zijn bij de vertaalslag van onderzoek naar praktijk en moeten onderzoekers de kans geven om nieuwe concepten uit te testen.
Bij het vaststellen van beleid en doelen willen we allereerst kijken naar wat de taken en doelen zijn. Met een brede blik, dus redeneren vanuit het gezamenlijk maatschappelijk belang, moeten we vaststellen wat er moet gebeuren. Financiële overwegingen zijn vooral van belang om het tempo te bepalen van de maatregelen. We zoeken steeds naar het hoogste maatschappelijke rendement. Discussies over kostenverdeling tussen overheden willen we zoveel mogelijk vermijden: voor de burger maakt het uiteindelijk niet wezenlijk uit via welke overheid de geldstroom gaat.
Voor investeringen willen we afschrijven over de reëel te verwachten levensduur. Geen kapitaalvernietiging en geen boekhoudkundige trucs om een gunstiger lastenontwikkeling voor te spiegelen.
Er moeten veel maatregelen genomen worden, maar dit betekent niet automatisch dat de jaarlijkse financiële lasten stijgen. De Kaderrichtlijn water, anticiperen op klimaatontwikkeling, klimaatneutraal werken, ecologisch verantwoord en duurzaam ondernemen betekenen dat het waterbeheer nu duurder wordt. De voordelen daarvan worden al op korte termijn duidelijk. De veiligheid neemt toe en in een goed verzorgd landschap is wonen, werken en recreëren aangenamer.
Juist vanwege deze hoge ambities moeten waterschappen kostenbewust en effectief zijn. Niet zoeken naar technische hoogstandjes, maar waar mogelijk een sober en doelmatig waterbeheer. Bedrijfsvergelijkingen voor de praktische onderdelen (zuiveren, maaien en baggeren) zijn zinvol om er van te leren en om betere of goedkopere werkwijzen te zoeken. Het vergroot, met name voor de uitvoerders, het bewustzijn van het werken met gemeenschapsgeld.
Waterschap Regge en Dinkel staat wat ons betreft voor hun taak, en zorgen voor een sluitende begroting. Kwalitatieve en kwantitatieve wateropgaven dienen gefinancierd te worden uit de eigen heffing.
Scheepvaartbeheer, in het bijzonder de beroepsvaart, is een infrastructurele taak die thuishoort bij de algemene democratie. Deze gebruiksvorm is zo dominant voor het beheer dat de financiering er van uit algemene middelen dient te komen. Delen van uitvoering van dat beheer kan bij het waterschap worden ondergebracht. Recreatievaart kan veelal prima gecombineerd worden met regulier waterbeheer en zien wij als een vorm van recreatief medegebruik. Hier dient wel een bijdrage te komen voor extra investeringskosten, zoals jachthavens en aanlegsteigers. Het beheer en onderhoud van bruggen hoort thuis bij de wegbeheerder.
|
1 |
Klaas |
de |
Vries |
Reggestraat 46 |
|
Enter |
|
2 |
Dick |
|
Hoksbergen |
Hexelseweg 89 |
|
Hoge Hexel |
|
3 |
Jurgen |
van |
Houdt |
Bosbeekjuffer 67 |
|
Enschede |
|
4 |
Gerrit |
|
Verwoerd |
Jura 25 |
|
Almelo |
|
5 |
Freek |
|
Schutte |
Kolenmieten 27 |
|
Vroomshoop |
|
6 |
Alinda |
van |
Ginkel |
Marktstraat 26a |
|
Wierden |
|
7 |
Gerrit |
|
Jaspers |
Molenstraat 19a |
|
Den Ham |
|
8 |
Bert |
de |
Wilde |
Bornerbroekseweg 3a |
|
Enter |
|
9 |
Jan |
|
Lingeman |
Bloemstraat 19 |
|
Rijssen |